Veelgestelde vragen over cao en functiewaardering

CAO en functiewaardering
Probeer er altijd eerst samen met je medewerker uit te komen. Leg hem of haar goed uit hoe functiewaardering, oftewel Fuwa werkt. Vaak kun je dan al veel onduidelijkheid wegnemen.
Blijft je medewerker het oneens met de salarisschaal? Dan kan de medewerker bezwaar maken bij de Beroepscommissie. Meer over de beroepsprocedure lees je in het reglement uit de cao Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen, TLN.Probeer er altijd eerst samen met je medewerker uit te komen. Leg hem of haar goed uit hoe functiewaardering, oftewel Fuwa werkt. Vaak kun je dan al veel onduidelijkheid wegnemen.
Blijft je medewerker het oneens met de salarisschaal? Dan kan de medewerker bezwaar maken bij de Beroepscommissie. Meer over de beroepsprocedure lees je in het reglement uit de cao Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen, TLN.
Nee, alleen werkgevers kunnen een functieonderzoek aanvragen. Je medewerker kan jou wél verzoeken een functieonderzoek te laten doen. Worden jullie het samen niet eens over de salarisschaal? Dan kan je medewerker een beroepsprocedure starten. In veel gevallen kun je zo’n procedure voorkomen door ons een functieonderzoek te laten doen. Als werkgever ben je verplicht de uitslag daarvan op te volgen.
Wil je écht goed met het boek Functietyperingen werken, bijvoorbeeld om met functiewaardering in jouw bedrijf aan de slag te gaan? Volg dan onze Workshop Functiewaardering! We geven deze workshop een aantal keren per jaar, op verschillende locaties in het land. De workshop is speciaal bedoeld voor HR-medewerkers en personen in het bedrijf die over functiewaardering gaan.
In de cao Beroepsgoederenvervoer staan afspraken over bijvoorbeeld loonschalen, loontreden, vergoedingen en toeslagen. Kenmerkend voor onze cao is dat je niet mag afwijken van wat erin beschreven is.
De loonschalen in de cao Beroepsgoederenvervoer (TLN) hebben een letter: A tot en met H. Een functie in onze sector krijgt zo’n letter toebedeeld, behalve de functies die boven de cao uitkomen (daar gelden aparte afspraken voor). De loonschaal bepaalt (mede) de hoogte van het salaris. Of een functie ‘boven cao’ is, kan ook de uitkomst van een functieonderzoek zijn.
Wil je zelf achterhalen welk bedrag bij een loonschaal hoort? Zet dan de volgende stappen:
- Bekijk eerst wat er over de functie staat in ons boek Functietyperingen. In dat boek zie je voor 171 functies in welke loonschaal ze vallen. Dat wordt aangegeven met een indelingsletter (A tot en met H).
- Bekijk dan de loontabellen van de cao. Ook daar zie je de indelingsletters (A tot en met H) staan die naar de loonschaal verwijzen. Achter de letters staan cijfers. Deze cijfers zijn de ervaringsjaren en worden treden genoemd. D4 betekent dus loonschaal D met 4 ervaringsjaren. Achter D4 staat in de loontabel het bijbehorende salaris. Download hier de loontabellen.
Kom je er niet helemaal uit? We helpen je graag. Bel ons (088 – 2596110) of stuur je vraag naar fuwa@stlwerkt.nl.
Heb je vragen over de cao? Dan kun je terecht bij TLN of VVT. TLN kun je bereiken op 088-4567567 of via de webpagina van TLN. VVT kun je bereiken via de website van VVT.
Onder vitaliteit vallen verschillende onderdelen. Hierbij kun je denken aan beweging, gezond eten en drinken, voldoende slaap en of iemand veel stress ervaart. Dit wordt allemaal gemeten tijdens het vitaliteitsonderzoek.
Er zit geen wettelijke herhaaltermijn aan het uitvoeren van een vitaliteitsonderzoek. Het is goed om regelmatig aandacht te besteden aan de vitaliteit van werknemers. Zo blijven fysieke en mentale gezondheid terugkerende onderwerpen binnen je bedrijf, wat bijdraagt aan de inzetbaarheid en het behoud van je werknemers. Een vitaliteitsonderzoek wordt vaak tegelijkertijd gedaan met een vragenlijst inzetbaarheid.
Werknemers vullen een vragenlijst in over hun gezondheid, voeding en stress. Daarnaast worden een aantal fysieke metingen uitgevoerd, waaronder lengte, gewicht en BMI, vetpercentage en buikomvang, bloeddruk en hartslag, glucose en cholesterol. Vervolgens krijgen ze de individuele resultaten terug, met gerichte tips en adviezen. De resultaten worden vertrouwelijk behandeld. Bedrijven kunnen een geanonimiseerd rapport met de resultaten krijgen. Hierin staan tips en ideeën waarmee ze aan de slag kunnen gaan.
Het onderzoek helpt bedrijven en werknemers om gezondheidsproblemen vroeg op te merken. Dit kan bijdragen aan een optimale inzetbaarheid van werknemers en minder ziekteverzuim.
Een vitaliteitsonderzoek bekijkt de fysieke en mentale gezondheid van werknemers. Het helpt om (sluimerende) gezondheidsklachten vroegtijdig te signaleren, waarop de werknemer en/of werkgever actie kan ondernemen.
Ja, STL kan de resultaten uitgebreid presenteren bij jou op het bedrijf en aanbevelingen doen voor concrete verbeterstappen. De resultaten zullen dan alleen in een geanonimiseerd groepsrapport bekend worden gemaakt, om vanuit daar aanbevelingen te kunnen doen.
Neem telefonisch contact (088-2596112) op met STL of via de mail(advies@stlwerkt.nl) om de vragenlijst inzetbaarheid voor jouw bedrijf te organiseren en begeleiden.
Het voordeel van een vragenlijst inzetbaarheid is meer inzicht in de duurzame inzetbaarheid van je werknemers op de gebieden vitaliteit en leefstijl, werkvermogen en flexibiliteit. Zo dragen werkgevers vanuit goed werkgeverschap bij aan de inzetbaarheid en het behoud van hun werknemers.
Er is geen wettelijke verplichting om een vragenlijst inzetbaarheid aan te bieden. Het is wel aanbevolen om de vragenlijst inzetbaarheid regelmatig te herhalen. Zo meet je de voortgang, ontdek je nieuwe verbeterpunten en kun je gericht actiepunten ondernemen.
De kosten variëren afhankelijk van het aantal deelnemers en de specifieke wensen van je bedrijf en welke aanbieder je kiest. Neem telefonisch contact (088-2596112) op met STL of via de mail(advies@stlwerkt.nl) voor meer informatie.
Werknemers krijgen een terugkoppeling met persoonlijke tips en adviezen. Als werkgever kan je een geanonimiseerde rapportage met aanbevelingen voor verbeteringen ontvangen, mits de groep deelnemers per afdeling of functiegroep groot genoeg is (15 of meer respondenten). Hier zitten aparte kosten aan verbonden. Bij vragen kun je contact opnemen met je adviseur.
De managementrapportage geeft inzicht in de inzetbaarheid van je werknemers op afdelings- en functiegroepniveau en vergelijkt deze met andere bedrijven binnen de sector.
De individuele resultaten zijn alleen zichtbaar voor de werknemer zelf. Als werkgever kan je een geanonimiseerde managementrapportage ontvangen bij meer dan 15 deelnemers.
Het invullen van de vragenlijst duurt ongeveer 20 tot 25 minuten per werknemer.
De vragenlijst inzetbaarheid is een online vragenlijst die de inzetbaarheid van werknemers in kaart brengt, met als doel de inzetbaarheid en productiviteit te verhogen.
Nee, werknemers binnen het beroepsgoederenvervoer zijn niet verplicht om deel te nemen aan een PAGO. Voor beroepsgoederenchauffeurs geldt wel een verplichte medische keuring om hun rijbevoegdheid te behouden. Deze keuring wordt iedere vijf jaar herhaald.
Een PAGO onderzoekt de gezondheid van werknemers in relatie tot risico’s op het werk. Het doel is om gezondheidsklachten of gezondheidsschade vroegtijdig te signaleren en te voorkomen. De inhoud van een PAGO moet passend zijn bij de situatie op de werkvloer. Daarom kent het onderzoek geen vaste vorm. Het gaat om maatwerk en de inhoud wordt afgestemd op de risico’s die zijn vastgesteld in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).
Ja, een werkgever is verplicht om werknemers een Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek (PAGO) aan te bieden.
De kosten voor een PMO hangt af van de inhoud van het onderzoek, hoe uitgebreid de groepsrapportage wordt en hoeveel werknemers meedoen aan het onderzoek. Neem telefonisch contact (088-2596112) op met STL of via de mail(advies@stlwerkt.nl) voor een offerte en meer informatie over de kosten van een PMO.
Het is niet verplicht om een PMO aan te bieden. Daarom ben je ook niet verplicht om het regelmatig te herhalen. Het kan wel van toegevoegde waarde zijn om een PMO te herhalen als je wil meten wat de resultaten na een aantal jaar zijn en nieuwe verbeterpunten wil vaststellen.
Een PMO is niet verplicht. Een werkgever is wel verplicht om herhalend een arbeidsgezondheidskundigonderzoek aan te bieden.
Je kunt ons PMO aanvragen voor jouw bedrijf en werknemers door telefonisch contact (088-2596121) met ons op te nemen of via de mail (preventie@stlwerkt.nl).
Ja, voor bedrijven die aan SOOB afdragen, geldt een subsidie van € 50,- per medewerker voor de kosten van het PMO. Meer weten over SOOB subsidies? Bekijk onze SOOB pagina.
Dat hangt af van jouw wensen. Het PMO kan bij jouw bedrijf worden uitgevoerd, maar een andere locatie is ook mogelijk. We bespreken samen wat het beste past bij jouw organisatie.
Ons PMO kijkt breder naar duurzame inzetbaarheid. Daarbij is er aandacht voor gezondheid, leefstijl, vitaliteit, werkvermogen en inzetbaarheid. Een PAGO richt zich specifiek op gezondheidsrisico’s die samenhangen met het werk en zijn vastgesteld in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). De uitvoering van een PAGO valt onder de verantwoordelijkheid van een BIG-geregistreerde bedrijfsarts. Een PAGO kan onderdeel zijn van een breder PMO. Benieuwd naar de verschillen? Lees ze hier.
De individuele resultaten van een PMO worden vertrouwelijk behandeld. De medewerkers krijgen hun eigen resultaten te zien, terwijl werkgevers een geanonimiseerd groepsrapport ontvangen met aanbevelingen voor gezondheidsmaatregelen in het bedrijfsbeleid.
Het PMO wordt uitgevoerd op jouw locatie of een nader te bepalen locatie, waar jij en je collega's individuele gezondheidsonderzoeken ondergaan.
Ja, deelname aan een PMO is altijd vrijwillig voor jou en je collega's.
Door je werknemers een PMO aan te bieden, help je bij het bevorderen van duurzame inzetbaarheid van je werknemers, verminder je het risico op uitval door gezondheidsproblemen en draag je bij aan goed werkgeverschap en een gezonde bedrijfscultuur.
Een PMO staat voor Preventief Medisch Onderzoek. Het is een onderzoek dat inzicht geeft in de duurzame inzetbaarheid van werknemers. Daarbij is er aandacht voor gezondheid, leefstijl en vitaliteit. Bevat het PMO ook een PAGO? Dan kunnen werkgerelateerde gezondheidsrisico’s vroegtijdig worden opgespoord en aangepakt.
Op de website van STL is er informatie voor werknemers om te helpen met stoppen met roken.
Wees open en ondersteunend. Vraag hoe je kunt helpen, bied de mogelijkheid voor begeleiding aan en respecteer hun keuze om wel of niet te stoppen.
Als werkgever kun je een grote rol spelen. Deel informatie met je werknemers, bijvoorbeeld via STL, en creëer een werkomgeving die een gezonde levensstijl aanmoedigt en roken ontmoedigt.
Als je als werkgever te maken krijgt met het loonbeslag, is het belangrijk dat je goed handelt.
Het is belangrijk de documenten die je krijgt van de deurwaarder goed te controleren en lezen. Bekijk wat je als werkgever wettelijk verplicht bent om te doen. Bespreek het ook met de werknemer. Voor de werknemer zal dit ook geen fijne of makkelijke tijd zijn, bovendien kan hij/zij zich hiervoor schamen.
Houd verder alles rondom het loonbeslag goed bij in de administratie. Zo houd je zelf het overzicht. Dit is ook wettelijk verplicht.
Let op: lees je goed in. Bekijk goed welke wettelijke verplichtingen je hebt als werkgever. Lees hier meer over op de website van de overheid.
Een werknemer met schulden hoeft de werkgever niet altijd geld te kosten. Maar als de schulden meer worden, de werknemer krijgt er stress van en komt misschien zelfs in de problemen? Dan kan de werknemer wel geld gaan kosten. Volgens het Nibud heeft 62% van de werkgevers te maken met medewerkers die financiële problemen hebben.
De kosten voor een werknemer met schulden zijn gemiddeld 13.000 euro per jaar. Dit komt door:
- Verwerking van loonbeslagen: Dit kost tijd en is een administratieve inspanning.
- Verhoogd ziekteverzuim: Geldzorgen leiden vaak tot stress, wat kan zorgen voor meer ziekmeldingen.
- Productiviteitsverlies: Werknemers met financiële problemen hebben vaak moeite om zich te concentreren, waardoor ze minder efficiënt werken.
Als werkgever kan je de werknemer helpen om uit de schulden te komen. Geef bijvoorbeeld het advies om schuldhulpverlening in te schakelen om meer te leren over het omgaan met geld. Dit kan bijvoorbeeld via de gemeente.
- Voor de voorbereiding van DRIVE ben je verantwoordelijk voor de communicatie met de deelnemers en hun aanwezigheid. De directie verzorgt aan het begin een korte introductie.
- Zorg daarnaast voor een sociaal en fysiek veilige omgeving waarin de workshop kan plaatsvinden. Houd bij het samenstellen van de groep zoveel mogelijk rekening met hiërarchische verhoudingen en onderlinge spanningen.
- Voor de workshop is een ruimte nodig die groot genoeg is voor de groep en beschikt over een beamer of interactief scherm en een audiosysteem.
\Afhankelijk van de grootte van jouw organisatie kan het volledige DRIVE-traject meerdere weken in beslag nemen.
- Voor de voorbereiding van DRIVE ben je verantwoordelijk voor de communicatie met de deelnemers en hun aanwezigheid. De directie verzorgt aan het begin een korte introductie.
De training 'Toekomstgericht Leiderschap' helpt leidinggevenden om meer inzicht te krijgen in zichzelf en hun leiderschapsstijl. Daarnaast werken zij aan hun leiderschapsvaardigheden en communicatie. Dit draagt indirect bij aan de betrokkenheid, inzetbaarheid en het behoud van werknemers.
STL helpt werknemers tijdens de meno- en penopauze door praktische tips en duidelijke informatie aan te bieden. Werknemers kunnen een gratis tipboekje downloaden met eenvoudige adviezen om klachten zoals opvliegers, slecht slapen en stemmingswisselingen beter te hanteren.
Ook verwijzen we naar betrouwbare bronnen en geven we praktische handvatten om gezond te blijven werken en leven tijdens deze periode. Zo ondersteunen we werknemers op een begrijpelijke manier, zodat zij zich fitter en prettiger blijven voelen op het werk en daarbuiten.
Ga met elkaar in gesprek en neem hiervoor de tijd. Bied een luisterend oor en bespreek wat er nodig is tijdens de overgang. Maak ruim van tevoren afspraken over het werk en stel samen een plan op voor de komende periode.
Je kunt op verschillende manieren ondersteuning geven tijdens de overgang op werk. Aanpassingen maken in het rooster, zorgen voor een comfortabele werkomgeving, vaker pauzes geven. Toon begrip voor wat je werknemer doormaakt en sta open voor aanpassingen die kunnen helpen de klachten te verzachten.
Ja, werknemers kunnen zeker werken tijdens de overgang. Het kan soms wel lastiger zijn vanwege de klachten. Stel je open voor een gesprek en praat over kleine aanpassingen op het werk die kunnen helpen, zoals een aangepast rooster of iets vaker pauzes nemen.
Vrouwen ervaren de overgang meestal tussen hun 45e en 55e jaar en het duurt ongeveer 7 tot 10 jaar. Ook mannen kunnen overgangsklachten hebben, wat de penopauze wordt genoemd. De penopauze begint meestal tussen het 40e en 50e levensjaar en duurt gemiddeld 5 tot 15 jaar, waarbij de klachten per persoon verschillen.
Naast het monitoren en managen van verzuim kun je meer doen om verzuim te voorkomen. Zo kun je samen met je Arbodienst of bedrijfsarts een verzuimanalyse uitvoeren om de oorzaken van verzuim in kaart te brengen. Ook kun je verdiepend onderzoek doen naar bijvoorbeeld fysieke belasting of psychosociale arbeidsbelasting (PSA).
Daarnaast kan een vragenlijst inzetbaarheid inzicht geven in de duurzame inzetbaarheid van je werknemers. Op basis van de resultaten kun je verbeteracties bespreken en uitvoeren op organisatie-, team- en individueel niveau.Daar stelt de Algemene verordening gegevensbescherming (AvG) inderdaad beperkingen aan! Als werkgever mag je bij een ziekmelding de volgende gegevens over de gezondheid van je medewerker opvragen en registreren:
- Het telefoonnummer en (verpleeg)adres.
- De vermoedelijke duur van het verzuim.
- De lopende afspraken en werkzaamheden.
- Of de werknemer onder een van de vangnetbepalingen van de Ziektewet valt (maar niet onder welke vangnetbepaling hij valt).
- Of de ziekte verband houdt met een arbeidsongeval.
- Of er sprake is van een (verkeers)ongeval waarbij een eventueel aansprakelijke derde betrokken is (i.v.m. regresmogelijkheid: het netto doorbetaalde salaris verhalen op de aansprakelijke derde).
Je mag in principe geen andere gegevens over de gezondheid verwerken dan de hierboven genoemde gegevens. Ook niet met toestemming van je medewerker.
Je leest er alles over in de Beleidsregels voor de verwerking van persoonsgegevens over de gezondheid van zieke werknemers.
Kijk in de Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) welke indicaties er voor jouw bedrijf zijn. Enkele voorbeelden van PAGO-indicaties:
- Zwaar fysiek werk
- Werken in lawaai (meer dan 80 dB)
- Psychosociale arbeidsbelasting (werkdruk en ongewenste omgangsvormen)
- Beeldschermwerk van meer dan twee uur per dag
- Werken in omgeving met gevaarlijke stoffen, dampen of gassen
- Werken in onregelmatige werktijden, nachtdiensten of ploegendienst
Om een indicatie te krijgen van het taalniveau of digitale vaardigheden van collega’s, kun je bijvoorbeeld gebruik maken van de gratis Basismeters van Stichting Lezen en Schrijven. Onder begeleiding doet je werknemer deze test, achter de computer bij jou in het bedrijf. De uitslag is een indicatie of iemand moeite heeft met taal of digitale vaardigheden. Op de website vind je ook een demo-versie. Meer weten of advies hoe je deze Basismeters het beste kunt gebruiken in jouw bedrijf? Neem rechtstreeks contact op één van de adviseurs van Stichting Lezen en Schrijven via hun website.
Als iemand kan lezen en schrijven op vmbo-niveau of niveau mbo-2/3. Aan dit niveau zou elke Nederlander moeten voldoen om goed te kunnen functioneren in de maatschappij. De gewenste taalvaardigheid van een werknemer hangt ook van iemands functie af.
Mensen die laaggeletterd zijn, kunnen wel lezen en/of schrijven, maar hebben moeite om zelfstandig mee te kunnen doen in de samenleving. We noemen iemand laaggeletterd als diegene een taalniveau heeft onder 2F. Zij beheersen niet het eindniveau vmbo of niveau mbo 2/3. Aan dit niveau zou elke Nederlander moeten voldoen om goed te kunnen functioneren in de maatschappij.
Op de website vind je al veel informatie over laaggeletterdheid. Download bijvoorbeeld onze Factsheet met cijfers uit de sector. Of gebruik de Tipkaart met het 3-stappenplan. Veel nuttige informatie vind je ook op de website van Stichting Lezen en Schrijven.
Wie moeite heeft met lezen en/of schrijven, vindt dat vaak een lastig onderwerp om over te praten. Een veilige omgeving is dan belangrijk. Niet gepest, maar geholpen worden. Probeer het gesprek aan te gaan, zonder oordeel en vanuit vertrouwen. Laat leidinggevenden dit gesprek voeren. Bied werknemers scholing en begeleiding bij het verbeteren van hun taalvaardigheid. Een laagdrempelige aanpak werkt het beste.
Je kunt een werknemer die problemen heeft met lezen, schrijven of het begrijpen van de Nederlandse taal naar allerlei plekken verwijzen. Een voorbeeld is het Taalhuis, waar een taalmaatje je werknemers begeleidt. Neem gerust contact op met onze adviseurs om je wegwijs te laten maken. STL helpt je graag bij het vinden van passende hulp.
Voor laaggeletterde werknemers is deskundige begeleiding beschikbaar via een regionaal Taalhuis. Vaak kun je werknemers kosteloos (of met subsidie) laten deelnemen. Er zijn lessen voor werknemers met een Nederlandse achtergrond (NT1-doelgroep). Werknemers voor wie het Nederlands een tweede taal is, kunnen deelnemen aan NT2-lessen (Online, in een groep of 1-op-1). De werkprocessen in jouw bedrijf worden dan in de lessen meegenomen. Neem contact op met de adviseurs van STL voor advies.
DRIVE kan onderdeel zijn voor hun code 95-nascholing. De workshop maakt dan deel uit van de Lifestyle module, die gegeven wordt door rijopleiders. Neem voor de mogelijkheden contact met ons op via 088 – 2596121 of advies@stlwerkt.nl.
Om goed te kunnen starten met de training 'Toekomstgericht Leiderschap' vindt eerst een analyse plaats. Op basis daarvan wordt het programma afgestemd op de verbeterpunten en doelen van de organisatie. Daarna volgen meerdere sessies waarin leidinggevenden werken aan hun ontwikkeling. De voortgang wordt tussentijds gemeten, geëvalueerd en verwerkt in een eindrapportage met adviezen. Aan het einde van het traject worden de resultaten en adviezen besproken met de opdrachtgever. Samen wordt bepaald hoe de adviezen worden omgezet in een plan van aanpak. Daarbij wordt gewerkt met een cyclische aanpak van plannen, uitvoeren, evalueren en bijsturen (PDCA).
Het gesubsidieerde deel van het programma toekomstgericht leiderschap telt maximaal 4 dagdelen (plus 1 dagdeel voor de intake en de evaluatie). SOOB-bedrijven krijgen daarvoor 25% subsidie.
Een rolcontainer is een kar op wielen, met meerdere zijwanden. Rolcontainers worden gebruikt om zware of grote dingen makkelijk te verplaatsen.
Rolcontainers worden voornamelijk gebruikt in de transport- en logistieke sector om goederen efficiënter te verplaatsen en te distribueren. Ze worden ingezet in supermarkten, distributiecentra en magazijnen om zware of grote hoeveelheden producten eenvoudig en veilig te vervoeren.
Rolcontainers zijn er in verschillende maten. Meestal zijn rolcontainers tussen de 1,6 meter en 1,8 meter hoog. De breedte en diepte kunnen verschillend zijn, maar meestal zijn ze rond de 80 tot 85 cm bij 68 tot 72 cm.
Hoeveel een rolcontainer samen met de lading mag wegen, hangt af van het model. Meestal is het maximumgewicht tussen de 250 en 500 kilo. Het maximale gewicht van een rolcontainer hangt ook af van de ondergrond, en of er een hulpmiddel ter beschikking is. Wanneer er bijvoorbeeld een elektrische trekker aanwezig is mag een rolcontainer zwaarder zijn.
Welk hulpmiddel geschikt is, hangt af van verschillende punten. De ondergrond is belangrijk bij het kiezen van een hulpmiddel, daarnaast hoe zwaar een rolcontainer is en welke afstand een werknemer moet afleggen met de rolcontainer.
Nee, een containertrekker is niet altijd nodig. Hiermee kan je wel gemakkelijk zware containers verplaatsen met minder kracht. Met een containertrekker kunnen ook meerdere rolcontainers aan elkaar vast worden gemaakt om ze in één keer te verplaatsen.
Een rijplaat wordt voornamelijk gebruikt om de rolcontainer over drempels heen te bewegen. Om een rolcontainer over een drempel te krijgen moet iemand hard duwen, met een rijplaat wordt die drempel verkleind en is er minder kracht nodig.
Er zijn verschillende hulpmiddelen die gebruikt kunnen worden bij het makkelijker verplaatsen van rolcontainers. Hulpmiddelen die kunnen helpen zijn bijvoorbeeld de containertrekker, een elektrische pallettruck een rijplaat en meer. Het gebruik van de hulpmiddelen ligt aan het gewicht van de rolcontainer of welke ondergrond de rolcontainer op vervoerd moet worden. Meer over deze hulpmiddelen op deze pagina.
Een rolcontainer moet altijd geduwd worden in plaats van getrokken. Duwen is ergonomischer, vermindert belasting op de rug en schouders en geeft meer controle over de rolcontainer.
Het gebruik van hulpmiddelen kan helpen bij het schuiven tijdens transport. Zorg ervoor dat jouw collega's hulpmiddelen tot hun beschikking hebben tijdens het vervoeren en verplaatsen van rolcontainers.
Zorg er altijd voor dat je medewerkers spanbanden ter beschikking hebben, om de lading goed vast te kunnen zetten. Daarnaast kunnen er hulpmiddelen beschikbaar worden gesteld als er vaak zware rolcontainers zijn die vervoerd moeten worden.
Een werknemer moet de rolcontainer duwen, en niet trekken om de rug- en schouderklachten te voorkomen. Daarnaast moeten zij de rolcontainer met beide handen vasthouden. Bekijk onze andere veiligheidsmaatregelen op de pagina veilig werken met rolcontainers.
Het gewicht op een rolcontainer moet goed verdeeld worden. De zware dingen moeten dan onderin liggen, en het is beter de rolcontainer te duwen in plaats van trekken. Wanneer rolcontainers vaak zwaar beladen zijn, is het goed om hulpmiddelen beschikbaar te maken, zodat de rolcontainers makkelijker verplaatst kunnen worden. Hulpmiddelen kunnen glijmatten of een trekstang zijn.
Geef eens in de zoveel tijd trainingen aan werknemers om ze zo goed mogelijk te laten werken met rolcontainers. Hang posters op waarop staat hoe ze het beste de rolcontainers kunnen gebruiken. Let daarnaast op of je werknemers ook de juiste houding hebben bij het gebruik van rolcontainers.
Als een rolcontainer beschadigd of niet veilig te gebruiken is, moet je deze rolcontainer niet gebruiken. Daarna moet je dit meteen melden bij je leidinggevende of het onderhoudsteam, zodat deze rolcontainer uit het gebruik wordt gehaald.
Er is een stappenplan gemaakt om zo veilig mogelijk met rolcontainers aan het werk te kunnen gaan. Bekijk hier het stappenplan voor veilig werken met rolcontainers.
- Breng de rolcontainers rustig op gang.
- Gebruik altijd twee handen.
- Pak de rolcontainer vast aan de kant met draaibare wielen.
- Zorg dat de wielen in de goede richting staan.
- Gebruik platen voor drempels of stoepranden.
- Zorg dat de vrachtwagen zo recht mogelijk staat bij het laden en lossen.
Werkgevers moeten altijd zorgen dat de werknemers goede en veilige rolcontainers hebben. Zij moeten ook trainingen aan hun werknemers aanbieden om de containers zo goed mogelijk te gebruiken. Daarnaast moeten de werkgevers voldoen aan de wet- en regelgeving van rolcontainers.
De wielen worden het meest gebruikt en belast, deze zullen ook het snelst slijten.
Het wordt aangeraden om rolcontainers vaak te controleren. Jaarlijkse inspectie is verplicht, maar een maandelijkse controle is goed om te doen en te kijken of alles nog goed werkt.
Zorg ervoor dat je medewerkers de volgende tips gebruiken:
- Gebruik de juiste duwtechniek.
- Duw de rolcontainer in plaats van trekken.
- Zorg voor een goede lichaamshouding door je rug recht te houden en zorg ervoor dat de kracht vanuit de benen komt.
- Zorg ervoor dat ze hulpmiddelen gebruiken waar nodig.
Download onze kaders en richtlijnen bestanden om te kijken hoe je veilig gebruik kan maken van rolcontainers.
Rolcontainers moeten worden vervangen als onderdelen kapot zijn, en werknemers hier niet meer veilig mee kunnen werken. Als werkgever ben je verplicht om rolcontainers die goed werken aan te bieden aan werknemers.
Er zijn veel voordelen van werken met rolcontainers in de transport en logistiek. Zoals efficient werken, veilig verplaatsen van goederen en kostenbesparing. Het verplaatsen van spullen zal namelijk minder tijd in beslag nemen met rolcontainers dan handmatig werk.
Er zijn verschillende soorten rolcontainers, waaronder:
- Standaard rolcontainer – Met twee of drie zijwanden, geschikt voor algemeen gebruik.
- Nestbare rolcontainer – Inklapbaar voor efficiënte opslag wanneer niet in gebruik.
- Isothermische rolcontainer – Voor het vervoeren van bederfelijke producten met temperatuurbehoud.
- Specifieke industrie-rolcontainers – Bijvoorbeeld voor textiel, afvalbeheer of postverwerking.
Heb je werknemers in dienst die werken met voertuigen, machines of gevaarlijke stoffen, dan is een ADM-beleid belangrijk. Een ADM-beleid is niet verplicht in Nederland, wel aan te raden. Je bent als werkgever verplicht te zorgen voor een veilige werkplek. Met een ADM-beleid laat je zien dat je dit serieus neemt.
Alcohol, drugs en sommige medicijnen maken je suf of traag. In transport en logistiek is dat gevaarlijk: werknemers rijden veel en werken met zware machines. Een ADM-beleid helpt om ongelukken te voorkomen. Ook blijven werknemers gezonder en beter inzetbaar. Dat betekent minder ziekte en minder uitval. Een ADM-beleid draagt dus bij aan veiligheid én voortgang van het werk.
Nee, een ADM-beleid is in Nederland niet verplicht. Wel is het aan te raden om een ADM-beleid te hebben. Als werkgever ben je verantwoordelijk voor een veilige werkplek. Een ADM-beleid helpt daarbij. Hier lees je hoe je volgens STL zorgt voor een veilige en gezonde werkplek.
Start eerst door het onderwerp ADM bespreekbaar te maken binnen het managementteam en de operationeel leidinggevenden. Stel het beleid samen met jouw medewerkers op.
Bekijk het ADM-beleid met een stappenplan.
Het verschilt per bedrijf hoeveel het kost om een ADM-beleid op te stellen. Voorbeelden van dingen die meespelen: schakel je hulp in van adviseurs en juristen van buitenaf? Laat je flyers of folders drukken? Organiseer je trainingen voor je werknemers? Hoe groot is je bedrijf?
Een werknemer die alcohol of drugs gebruikt, kan zichzelf en anderen in gevaar brengen. Alcohol- en drugsgebruik heeft dan ook invloed op de gebruiker, collega’s en het hele bedrijf. Alcohol- en drugsgebruik op de werkvloer kan zorgen voor:
- Verzuim (ziekmeldingen en uitval).
- Een lager werktempo.
- Fouten en ongelukken.
- Financiële schade.
- Ontevreden klanten.
- Slechte sfeer tussen collega’s.
Download hier onze tipkaart.
Alcohol en drugs zorgen ervoor dat je minder scherp en eerder afgeleid bent. Dat zorgt voor onveilige situaties, zeker als je werkt met voertuigen of machines. Alcohol- en drugsgebruik kan ook zorgen voor een slechte werksfeer. Je bent bijvoorbeeld sneller geïrriteerd, vermoeid en maakt eerder fouten. Collega's voelen zich minder veilig, maken zich zorgen of raken gefrustreerd. Zo ontstaat er onrust binnen het team.
Ja, de Arbowet zegt dat iedere werknemer zelf moet zorgen voor de eigen veiligheid én die van collega’s. Dat betekent ook dat de werknemer geen gevaar mag veroorzaken door medicijnen die het werk beïnvloeden, zoals sufheid of minder opletten.
Als een werknemer medicijnen gebruikt die invloed kunnen hebben op het werk, moet de werknemer dit altijd bespreken met de bedrijfsarts. De bedrijfsarts kijkt of de werknemer veilig kan werken en geeft advies. De werknemer hoeft dit niet rechtstreeks aan de leidinggevende te melden. Maar het is wel verstandig dat de werknemer informeert (uit eigen initiatief) over medicijngebruik, zodat samen gekeken kan worden of werk aangepast moet worden.
Functioneert een werknemer nog, maar heb je het vermoeden dat hij beginnende problemen heeft met alcohol, drugs of medicijnen? Volg dan onderstaande stappen (de ASBBA-checklist).
- Afspraak maken. Bereid een gesprek voor en kies een rustig moment.
- Sluit aan bij de werknemer. Vraag toestemming om je zorgen met hem te bespreken en toon begrip.
- Beschrijf gedrag en effect. Benoem concrete voorbeelden van zorgen of veranderingen in het functioneren van de werknemer.
- Benoem gewenst gedrag en wijs op het ADM-beleid. Geef duidelijk aan wat wel/niet mag en dat er hulp beschikbaar is.
- Actie. Vat samen, maak vervolgafspraken en verwijs eventueel door (bedrijfsarts, huisarts, zelfhulp).
Je bent niet verplicht om een ADM-beleid te hebben, maar als je er een hebt, moet je het meenemen in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) van het bedrijf. Een ADM-beleid is een verdiepend onderdeel van de RI&E. De RI&E benoemt de risico’s, het plan van aanpak bepaalt de maatregelen. Het ADM-beleid geeft daarbinnen de inhoudelijke regels en afspraken.
Sommige medicijnen kunnen sufheid, trager reageren en minder focus veroorzaken. In transport en logistiek vergroot dit het risico op fouten, ongevallen en gevaarlijke situaties met voertuigen of machines.
Je mag als werkgever niet vragen welke medicijnen een werknemer gebruikt. Maar het is wel verstandig dat de werknemer zijn leidinggevende (uit eigen initiatief) informeert over medicijngebruik. Zo kan samen gekeken worden of het werk aangepast moet worden. Bijvoorbeeld omdat ze zorgen voor een slechtere concentratie en de werknemer deelneemt aan het verkeer. Je kunt als werkgever dan (tijdelijk) ander werk aanbieden. Een gele sticker op de medicijnen is een belangrijk signaal. Het betekent dat het medicijn je rijvaardigheid en reactievermogen beïnvloedt. Een rode sticker betekent dat autorijden en machinewerk verboden zijn.
Download onze tipkaart over medicijngebruik.
Mogelijke signalen van medicijngebruik zijn:
- Sufheid, traag reageren.
- Heel druk gedrag.
- Wisselingen in humeur. De ene keer vrolijk, dan weer boos of 'geheimzinnig'.
- Moeite met concentreren.
- Moe. Sommige medicijnen zorgen ervoor dat je slecht slaapt.
- Fouten maken, slordig zijn, langzamer werken.
- Veel afvallen.
Het gebruik van medicijnen is niet altijd zichtbaar. Of het duurt even voordat je het als werkgever doorhebt. Hierbij geldt: dat iemand een keer moe of chagrijnig is, hoeft niets te betekenen. Bij misbruik komt dit gedrag vaker voor en zorgt het voor problemen op het werk.
Meer informatie vind je in onze tipkaart ‘Herkennen van ADM-gebruik’.
Let op de gele en rode stickers op de verpakking:
- Gele sticker: kan risico’s geven bij rijden of machinewerk.
- Rode sticker: autorijden en machinewerk zijn verboden.
Mogelijke signalen van alcohol- en drugsmisbruik zijn:
- Veranderingen in gedrag. Iemand is bijvoorbeeld snel geïrriteerd of erg stil.
- Fouten maken, slordig zijn, langzamer werken.
- Ziekmeldingen. Vooral na het weekend of feestdagen.
- Een onverzorgd uiterlijk, de geur van alcohol.
Dat iemand te veel drinkt of drugs gebruikt, zie je niet altijd. Daarbij geldt ook dat als iemand een keer boos wordt of zich ziek meldt, het niet gelijk iets hoeft te betekenen. Gebeurt het vaker, dan kan er meer aan de hand zijn.
Meer informatie vind je in onze tipkaart ‘Herkennen van ADM-gebruik’.
