Veelgestelde vragen over vitaliteit en werk
Op deze pagina vind je antwoorden op de veelgestelde vragen over vitaliteit en werk in de transport en logistiek. Staat je vraag er niet bij? Neem dan contact met ons op.

Vitaliteit en werk
Op de website van STL is er informatie voor werknemers om te helpen met stoppen met roken.
Wees open en ondersteunend. Vraag hoe je kunt helpen, bied de mogelijkheid voor begeleiding aan en respecteer hun keuze om wel of niet te stoppen.
Als werkgever kun je een grote rol spelen. Deel informatie met je werknemers, bijvoorbeeld via STL, en creëer een werkomgeving die een gezonde levensstijl aanmoedigt en roken ontmoedigt.
Als je als werkgever te maken krijgt met het loonbeslag, is het belangrijk dat je goed handelt.
Het is belangrijk de documenten die je krijgt van de deurwaarder goed te controleren en lezen. Bekijk wat je als werkgever wettelijk verplicht bent om te doen. Bespreek het ook met de werknemer. Voor de werknemer zal dit ook geen fijne of makkelijke tijd zijn, bovendien kan hij/zij zich hiervoor schamen.
Houd verder alles rondom het loonbeslag goed bij in de administratie. Zo houd je zelf het overzicht. Dit is ook wettelijk verplicht.
Let op: lees je goed in. Bekijk goed welke wettelijke verplichtingen je hebt als werkgever. Lees hier meer over op de website van de overheid.
Een werknemer met schulden hoeft de werkgever niet altijd geld te kosten. Maar als de schulden meer worden, de werknemer krijgt er stress van en komt misschien zelfs in de problemen? Dan kan de werknemer wel geld gaan kosten. Volgens het Nibud heeft 62% van de werkgevers te maken met medewerkers die financiële problemen hebben.
De kosten voor een werknemer met schulden zijn gemiddeld 13.000 euro per jaar. Dit komt door:
- Verwerking van loonbeslagen: Dit kost tijd en is een administratieve inspanning.
- Verhoogd ziekteverzuim: Geldzorgen leiden vaak tot stress, wat kan zorgen voor meer ziekmeldingen.
- Productiviteitsverlies: Werknemers met financiële problemen hebben vaak moeite om zich te concentreren, waardoor ze minder efficiënt werken.
Als werkgever kan je de werknemer helpen om uit de schulden te komen. Geef bijvoorbeeld het advies om schuldhulpverlening in te schakelen om meer te leren over het omgaan met geld. Dit kan bijvoorbeeld via de gemeente.
- Voor de voorbereiding van DRIVE ben je verantwoordelijk voor de communicatie met de deelnemers en hun aanwezigheid. De directie verzorgt aan het begin een korte introductie.
- Zorg daarnaast voor een sociaal en fysiek veilige omgeving waarin de workshop kan plaatsvinden. Houd bij het samenstellen van de groep zoveel mogelijk rekening met hiërarchische verhoudingen en onderlinge spanningen.
- Voor de workshop is een ruimte nodig die groot genoeg is voor de groep en beschikt over een beamer of interactief scherm en een audiosysteem.
Afhankelijk van de grootte van jouw organisatie kan het volledige DRIVE-traject meerdere weken in beslag nemen.
- Voor de voorbereiding van DRIVE ben je verantwoordelijk voor de communicatie met de deelnemers en hun aanwezigheid. De directie verzorgt aan het begin een korte introductie.
De training 'Toekomstgericht Leiderschap' helpt leidinggevenden om meer inzicht te krijgen in zichzelf en hun leiderschapsstijl. Daarnaast werken zij aan hun leiderschapsvaardigheden en communicatie. Dit draagt indirect bij aan de betrokkenheid, inzetbaarheid en het behoud van werknemers.
STL helpt werknemers tijdens de meno- en penopauze door praktische tips en duidelijke informatie aan te bieden. Werknemers kunnen een gratis tipboekje downloaden met eenvoudige adviezen om klachten zoals opvliegers, slecht slapen en stemmingswisselingen beter te hanteren.
Ook verwijzen we naar betrouwbare bronnen en geven we praktische handvatten om gezond te blijven werken en leven tijdens deze periode. Zo ondersteunen we werknemers op een begrijpelijke manier, zodat zij zich fitter en prettiger blijven voelen op het werk en daarbuiten.
Ga met elkaar in gesprek en neem hiervoor de tijd. Bied een luisterend oor en bespreek wat er nodig is tijdens de overgang. Maak ruim van tevoren afspraken over het werk en stel samen een plan op voor de komende periode.
Je kunt op verschillende manieren ondersteuning geven tijdens de overgang op werk. Aanpassingen maken in het rooster, zorgen voor een comfortabele werkomgeving, vaker pauzes geven. Toon begrip voor wat je werknemer doormaakt en sta open voor aanpassingen die kunnen helpen de klachten te verzachten.
Ja, werknemers kunnen zeker werken tijdens de overgang. Het kan soms wel lastiger zijn vanwege de klachten. Stel je open voor een gesprek en praat over kleine aanpassingen op het werk die kunnen helpen, zoals een aangepast rooster of iets vaker pauzes nemen.
Vrouwen ervaren de overgang meestal tussen hun 45e en 55e jaar en het duurt ongeveer 7 tot 10 jaar. Ook mannen kunnen overgangsklachten hebben, wat de penopauze wordt genoemd. De penopauze begint meestal tussen het 40e en 50e levensjaar en duurt gemiddeld 5 tot 15 jaar, waarbij de klachten per persoon verschillen.
Naast het monitoren en managen van verzuim kun je meer doen om verzuim te voorkomen. Zo kun je samen met je Arbodienst of bedrijfsarts een verzuimanalyse uitvoeren om de oorzaken van verzuim in kaart te brengen. Ook kun je verdiepend onderzoek doen naar bijvoorbeeld fysieke belasting of psychosociale arbeidsbelasting (PSA).
Daarnaast kan een vragenlijst inzetbaarheid inzicht geven in de duurzame inzetbaarheid van je werknemers. Op basis van de resultaten kun je verbeteracties bespreken en uitvoeren op organisatie-, team- en individueel niveau.Daar stelt de Algemene verordening gegevensbescherming (AvG) inderdaad beperkingen aan! Als werkgever mag je bij een ziekmelding de volgende gegevens over de gezondheid van je medewerker opvragen en registreren:
Het telefoonnummer en (verpleeg)adres.
De vermoedelijke duur van het verzuim.
De lopende afspraken en werkzaamheden.
Of de werknemer onder een van de vangnetbepalingen van de Ziektewet valt (maar niet onder welke vangnetbepaling hij valt).
Of de ziekte verband houdt met een arbeidsongeval.
Of er sprake is van een (verkeers)ongeval waarbij een eventueel aansprakelijke derde betrokken is (i.v.m. regresmogelijkheid: het netto doorbetaalde salaris verhalen op de aansprakelijke derde).
Je mag in principe geen andere gegevens over de gezondheid verwerken dan de hierboven genoemde gegevens. Ook niet met toestemming van je medewerker.
Je leest er alles over in de Beleidsregels voor de verwerking van persoonsgegevens over de gezondheid van zieke werknemers.
Kijk in de Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) welke indicaties er voor jouw bedrijf zijn. Enkele voorbeelden van PAGO-indicaties:
Zwaar fysiek werk
Werken in lawaai (meer dan 80 dB)
Psychosociale arbeidsbelasting (werkdruk en ongewenste omgangsvormen)
Beeldschermwerk van meer dan twee uur per dag
Werken in omgeving met gevaarlijke stoffen, dampen of gassen
Werken in onregelmatige werktijden, nachtdiensten of ploegendienst
Om een indicatie te krijgen van het taalniveau of digitale vaardigheden van collega’s, kun je bijvoorbeeld gebruik maken van de gratis Basismeters van Stichting Lezen en Schrijven. Onder begeleiding doet je werknemer deze test, achter de computer bij jou in het bedrijf. De uitslag is een indicatie of iemand moeite heeft met taal of digitale vaardigheden. Op de website vind je ook een demo-versie. Meer weten of advies hoe je deze Basismeters het beste kunt gebruiken in jouw bedrijf? Neem rechtstreeks contact op één van de adviseurs van Stichting Lezen en Schrijven via hun website.
Als iemand kan lezen en schrijven op vmbo-niveau of niveau mbo-2/3. Aan dit niveau zou elke Nederlander moeten voldoen om goed te kunnen functioneren in de maatschappij. De gewenste taalvaardigheid van een werknemer hangt ook van iemands functie af.
Mensen die laaggeletterd zijn, kunnen wel lezen en/of schrijven, maar hebben moeite om zelfstandig mee te kunnen doen in de samenleving. We noemen iemand laaggeletterd als diegene een taalniveau heeft onder 2F. Zij beheersen niet het eindniveau vmbo of niveau mbo 2/3. Aan dit niveau zou elke Nederlander moeten voldoen om goed te kunnen functioneren in de maatschappij.
Op de website vind je al veel informatie over laaggeletterdheid. Download bijvoorbeeld onze Factsheet met cijfers uit de sector. Of gebruik de Tipkaart met het 3-stappenplan. Veel nuttige informatie vind je ook op de website van Stichting Lezen en Schrijven.
Wie moeite heeft met lezen en/of schrijven, vindt dat vaak een lastig onderwerp om over te praten. Een veilige omgeving is dan belangrijk. Niet gepest, maar geholpen worden. Probeer het gesprek aan te gaan, zonder oordeel en vanuit vertrouwen. Laat leidinggevenden dit gesprek voeren. Bied werknemers scholing en begeleiding bij het verbeteren van hun taalvaardigheid. Een laagdrempelige aanpak werkt het beste.
Je kunt een werknemer die problemen heeft met lezen, schrijven of het begrijpen van de Nederlandse taal naar allerlei plekken verwijzen. Een voorbeeld is het Taalhuis, waar een taalmaatje je werknemers begeleidt. Neem gerust contact op met onze adviseurs om je wegwijs te laten maken. STL helpt je graag bij het vinden van passende hulp.
Voor laaggeletterde werknemers is deskundige begeleiding beschikbaar via een regionaal Taalhuis. Vaak kun je werknemers kosteloos (of met subsidie) laten deelnemen. Er zijn lessen voor werknemers met een Nederlandse achtergrond (NT1-doelgroep). Werknemers voor wie het Nederlands een tweede taal is, kunnen deelnemen aan NT2-lessen (Online, in een groep of 1-op-1). De werkprocessen in jouw bedrijf worden dan in de lessen meegenomen. Neem contact op met de adviseurs van STL voor advies.
DRIVE kan onderdeel zijn voor hun code 95-nascholing. De workshop maakt dan deel uit van de Lifestyle module, die gegeven wordt door rijopleiders. Neem voor de mogelijkheden contact met ons op via 088 – 2596121 of advies@stlwerkt.nl.
Om goed te kunnen starten met de training 'Toekomstgericht Leiderschap' vindt eerst een analyse plaats. Op basis daarvan wordt het programma afgestemd op de verbeterpunten en doelen van de organisatie. Daarna volgen meerdere sessies waarin leidinggevenden werken aan hun ontwikkeling. De voortgang wordt tussentijds gemeten, geëvalueerd en verwerkt in een eindrapportage met adviezen. Aan het einde van het traject worden de resultaten en adviezen besproken met de opdrachtgever. Samen wordt bepaald hoe de adviezen worden omgezet in een plan van aanpak. Daarbij wordt gewerkt met een cyclische aanpak van plannen, uitvoeren, evalueren en bijsturen (PDCA).
Het gesubsidieerde deel van het programma toekomstgericht leiderschap telt maximaal 4 dagdelen (plus 1 dagdeel voor de intake en de evaluatie). SOOB-bedrijven krijgen daarvoor 25% subsidie.
