Veelgestelde vragen over veilig werken
Op deze pagina vind je antwoorden op de veelgestelde vragen over veilig werken in de transport en logistiek. Staat je vraag er niet bij? Neem dan contact met ons op.

Veilig werken
Jij bepaalt of het gedrag ongewenst is! Wat jouw collega normaal vindt, hoeft dat voor jou niet te zijn. Bij ongewenst gedrag kun je denken aan: pesten, (seksuele) intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Ook wat iemand zegt, valt onder gedrag. Een misplaatste opmerking bijvoorbeeld. Spreek de ander daarop aan!
Pesten: herhaald onredelijk en negatief gedrag, waartegen je jezelf niet kunt verdedigen. Bijvoorbeeld kleinerende opmerkingen, voortdurend (onterechte) kritiek of humor ten koste van jou of anderen.
(Seksuele) intimidatie: elke vorm van intimiderend gedrag, bijvoorbeeld machtsmisbruik door een leidinggevende of seksuele toenadering.
Discriminatie: het achterstellen, uitsluiten of beledigen van jou of je collega's op grond van persoonlijke kenmerken als huidskleur, ras, nationaliteit, geslacht, seksuele geaardheid of godsdienst.
Agressie en geweld: het psychisch of fysiek lastigvallen, bedreigen of aanvallen van collega’s.
De sectoraal vertrouwenspersoon staat voor je klaar. Deze biedt altijd een luisterend oor. Bekijk meer informatie over de vertrouwenspersoon.
Twijfel je of de inrichting van jouw werkplek gezond voor je is? Heb je misschien al klachten, bijvoorbeeld aan je rug? Vraag je werkgever dan een werkplekonderzoek te laten doen. Een deskundige onderzoeker bekijkt dan of jij risico loopt op je werkplek. Er zijn verschillende persoonlijke werkplekonderzoeken mogelijk:
- Cabine vrachtwagen (kan ook tijdens een stop onderweg)
- Cabine hijskraan (kan ook op een werklocatie buiten het bedrijf)
- Cabine heftruck
- Kantoorwerkplek
- Lichamelijke belasting
Bekijk ook onze pagina over werkplekonderzoeken.
Bij een Laatste Minuut Risico Analyse doe je 3 dingen:
1. Risico’s beoordelen
Je stelt jezelf een aantal vragen over je werk en je werkplek. Die vragen zijn gericht op welke risico’s je ziet en wat je weet over je werk:
- Kan ik struikelen of vallen?
- Is knellen of stoten mogelijk?
- Werk ik met gevaarlijke stoffen?
- Bieden mijn persoonlijke beschermingsmiddelen de juiste bescherming?
- Ken ik de vluchtroute?
- Heb ik de juiste en voldoende instructies?
- Weet ik hoe de machines werken?
2. Maatregelen bepalen
Bepaal welke maatregelen je kunt nemen om de risico’s weg te nemen. Je kunt ook aan je leidinggevende of collega’s vragen welke maatregelen geschikt zijn. Vraag jezelf af:
- Is het nodig dat je meer persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt?
- Heb je meer informatie nodig over het werk? Is het nodig om je werkplek op te ruimen zodat jij en anderen niet struikelen?
3. Maatregelen uitvoeren
Je voert de maatregelen uit om de risico’s op je werkplek weg te nemen. Lukt het niet om risico’s weg te nemen of twijfel je, stop dan gelijk met je werk en vraag je leidinggevende om advies.
